Waarom kosten banden bij de gewone motorzaak bijna het dubbele van de prijs die je ervoor betaalt bij een bandenbedrijf? Op deze vraag heb ik ook na de drie setjes rubber van afgelopen jaar nog steeds geen sluitend antwoord gekregen. Dus blijf ik gevangen in een wat onhandige spagaat. Enerzijds gun ik mijn dealer zijn winst en wil ik onze prettige relatie niet verstoren. Anderzijds weet ik dat ik bij het bandenhuis, of door te bestellen via het internet, op jaarbasis honderden euro’s kan besparen. Mits die handige kennis met dat bandenapparaat tijd heeft voor de montage, natuurlijk.
Gelukkig heb ik nu ook een derde manier ontdekt: de gecombineerde bandentest-circuitdag. Met enige regelmaat worden die door bandenfabrikanten en importeurs uitgeschreven. Voor een zacht prijsje krijg je een set nieuwe banden én mag je een dag rondrijden op een circuit. Voor dit pakket betaal je veel minder dan wat je bij je vriendelijke dealer voor het rubber alleen zou neertellen. En als het meezit krijg je er nog eten en een goochelaar bij ook!
Is mij deze zomer nog gebeurd, in Duitsland, bij de firma Continental op het Contidrom bij Hannover. Het Contidrom (zo af en toe zie ik het in dit blad wel eens op foto’s bij een testverhaal opduiken) is de testbaan van Continental. Daar testen ze banden, ABS systemen en nog veel meer dingen die me in het Duits verteld zijn en die mijn vertaling niet overleefd hebben.
Er is een natte baan, er is een droog circuit, er zijn stukken slecht asfalt, er zijn kinderkopjes en versleten keitjes en er is natuurlijk onvervalste Duitse Bitumenflickerei. Dat zijn van die scheuren in het asfalt die gerepareerd worden door er teer in te gieten. Ziet er best aardig uit, tot de zon er op schijnt, want dan wordt de teer weer zacht. Of nog erger, tot het gaat regenen, want dan heeft de teer een glijfactor waar IJsstadion Thialf jaloers op zou zijn. Om al deze wegdeksoorten heen loopt een onvervalste kombaan, waarvan het nut is dat het eigenlijk een eindeloze rechte weg is, maar dan een waarvoor je niet zoveel ruimte nodig hebt. Daar kun je dus duurtesten op doen, vooropgesteld dat je wel harder dan honderdtachtig rijdt, want anders val je naar beneden. En dat je de voorspanning en de demping flink opschroeft, want anders schuift je middenbok in de kom voortdurend over het wegdek.
Op de natte en de droge baan mochten we in augustus een dag lang spelen, met begeleiding van Continental en de firma Wunderlich. Inclusief set Sport Attack, diner met goochelaar en hotelovernachting en barbecue toe, voor net aan 300 euro! Gewoon ingeschreven via het internet, je hoefde niet eens klant te zijn. Hoe dat dan weer economisch zoden aan de dijk zet, daar ben ik nog niet achter.
En was het wat, de Sport Attack? (Mochten er nu erg rare zinnen komen, dan heeft de heer Bulsink, hoofdredacteur van MotoPlus, waarschijnlijk in mijn tekst zitten schrappen, iets mompelend over “amateurtesters”). Laat ik het zo zeggen, mijn liefde voor de Michelin Pilot Power is er niet door aan het wankelen gebracht. Op een droge weg is de Sport Attack helemaal fijn, op een natte weg een stuk minder en na 2900 kilometer is hij op! Schoon op! Geen micrometer profiel meer te zien. ’s Morgens denk je: “zo'n duizend kilometer redt hij nog wel”. Om ’s middags te ontdekken dat het laatste laagje profiel van een compound is gemaakt, die oplost als je hem te lang in de zon laat staan.
Vervelend was dat ik dat pas ontdekte toen ik aan het dagje testen in Duitsland nog een weekje Frankrijk had geknoopt. Op de terugweg, op maandagochtend. En denk maar niet dat er op maandag ergens in Frankrijk een motorband te krijgen is. Dus moest ik doorrijden naar Luxemburg, natuurlijk in de stromende regen, en bij iedere tankstop kijken of er al metaal door het rubber heen begon te schemeren. Dat moet ik die Conti dan wel weer nageven: dat hij ook zonder profiel, terwijl ik allang op het karkasrubber zat, op de snelweg nog best redelijk aanvoelde. Maar na demontage in Luxemburg kon ik het loopvlak zo met één vinger indrukken, dus veel langer had het niet moeten duren. Bij de Luxemburgse dealer moest ik voor de nieuwe Pilot Power overigens wel de volledige catalogusprijs betalen, toch ook bijna 300 euro. Ik wilde nog zeggen: weet u wel dat je voor dat geld een goochelaar, een diner én een set banden kunt krijgen? Kijkend naar mijn doorschijnend versleten Conti besloot ik om dát toch maar niet te doen.
Deze column verscheen eerder in MotoPlus 20/2010
woensdag 10 maart 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten