Bonk. Ik voel een helm maat XS midden tegen mijn rug, het teken dat mijn zoon achterop in slaap valt. Hij is acht jaar, vindt het prachtig op de motor, maar na een uurtje rijden dut hij in. Ik stop. In de tanktas zit een noodrantsoen voor deze gelegenheden, bestaande uit een sultana en een pakje sap. Of we besluiten dat het tijd is voor een ijsje en gaan op zoek naar de lokale ijsboer. Sinds hij met zijn voeten bij de stepjes kan, gaan we vaak samen een stuk rijden. Altijd ergens heen. Naar het VOC-schip in Lelystad, de Lucky Luke-tentoonstelling in Hoorn, het TV-toys museum in Dieren. Een ritje heen, een bezoek en een ritje terug, onderbroken door sultana of ijsje.
Hij is apetrots op zijn speciaal aangeschafte helm, het leren jasje, de door z’n moeder verbouwde oude leren broek van papa en de échte motorlaarzen, uit een restantenbak op de motorbeurs. Maat 36. Op dit paar zullen in de jaren erna nog vier paar volgen, want die kindervoeten groeien snel. Ook breidt onze actieradius zich uit, tot de traditie ontstaat van een heuse vader-zoon motorvakantie. Samen een week op stap. Inmiddels wel met topkoffer. Lekker als steun in de rug. En een veilig gevoel, mocht hij zijn dutje eens in achterwaartse richting beginnen.
Vanaf de eerste rit is hij helemaal vrij achterop. Heeft een blind vertrouwen in mijn rijkunst, zoals alleen kinderen dat kunnen hebben. Aan zijn schaduw kan ik zien dat hij zit te spelen onderweg. Ik voel zijn armen soms druk bewegen en ik hoor hem met allerlei verschillende stemmetjes praten en zingen. Hele toneelstukken spelen zich af achter mijn rug, maar het is niet de bedoeling dat ik naar de inhoud vraag. “Ach, gewoon, ik fantaseer maar wat”.
We gaan ’s zomers met de motor naar Zuid-Engeland, bekijken Loire-kastelen, gaan naar het Lake District en bezoeken whiskystokerijen in Schotland. De laatste twee bestemmingen zijn favoriet door de bootreis er naartoe. Binnen een half uur zijn we in IJmuiden en dan begint de vakantie al! Een boot als een groot hotel, met lekker eten en een bioscoop aan boord. En ’s morgens rij je na het ontbijt het grote historische themapark binnen, dat wij kennen als Groot-Brittanië. Samen staren we (onder het genot van een ijsje) naar het oppervlak van Loch Ness. Helaas, het monster slaapt. Of is boodschappen doen. We ontdekken in zijn geboortehuis een geheel aan Stan Laurel gewijd privémuseum. En zien op foto’s dat Stan op dezelfde boot naar Amerika vertrok als Charlie Chaplin. Ze kenden elkaar nog niet en de wereld kende hen ook nog niet. Natuurlijk vertrek ik na de lunch een keer aan de rechterkant van de weg. Na lichtsignalen, de schrik en de zwiep naar links besluiten we dat hij links-wegrijden-controleur wordt. Vanzelfsprekend een serieuze taak. Als ik als grap (toegegeven, slappe vaderhumor) op een stille weg expres rechts wegrijdt, wordt mijn linkerschouder zowat blauw gebeukt. “Naar links, papa”, klinkt het boos van achteren. “Opletten!”
Met de groter wordende laarzen komen ook nieuwe jassen en broeken. Wederom met dank aan de motorbeurs in Utrecht. Heel even is er de korte periode dat hij in mijn spullen past. Maar goede voeding en veel sport eisen hun tol en hij scheurt mijn broek- en schoenmaat voorbij, op weg naar voeten maat 45 bij een lengte van 1 meter 90. Met die groei verandert ook het gedrag achterop. De toneelstukjes verdwijnen. Hij blijft langer wakker, hij wil weten hoe hard we gaan. En of het niet harder kan. Inhalen moeten we. Ons gezamenlijke gloriemoment komt als we in de Eifel een groep Fireblades en SP-1’en inhalen. Met zijn tweeën op een BMW-boxer, met koffers! Watjes!
Een jaar of tien heeft de achterop-periode geduurd. Nu is hij negentien en studeert sinds kort in Maastricht. Tweehonderd kilometer verderop, dus de zondagmiddag heb ik weer aan mezelf. Nou was samen een stukje rijden de laatste twee jaar toch al van het repertoire verdwenen. Als zestienplus puber heb je op zondagmiddag andere dingen te doen. Basketballen met het team, uitslapen van de vermoeienissen van zaterdagavond of je vriendinnetje natuurlijk. Dus de topkoffer hoeft niet meer en de motorlaarzen maat 45 verstoffen achter in de kast. Maar ze mogen niet weg, want we gaan vast nog wel eens een stukje rijden, vertrouwt hij me bij z’n verhuizing naar het zuiden toe. Onderweg een ijsje eten, of we nemen in de tanktas spullen mee voor een picknick met zijn tweeën. Vond hij ook altijd zo leuk, zegt hij. En zo valt mijn motorleven samen met zijn goede jeugdherinneringen. “Die neem je mee zo lang je verder leeft…”
Deze column verscheen eerder in MotoPlus 18/2006
donderdag 4 maart 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten