Ik was er ook! Op de EICMA in Milaan, een paar weken geleden. Natuurlijk hadden we al het motornieuws achteraf in MotoPlus kunnen lezen. Maar geïnspireerd door de glorieverhalen vorig jaar hadden de motormaat en ik ons voorgenomen de Salone di Milano persoonlijk te gaan bekijken. Een goedkope vliegretour Eindhoven-Bergamo (90 euro!) was zo geregeld en een goede vriend wilde zijn appartement in Milaan graag twee nachten aan ons afstaan, in ruil voor een fles wijn. Metro lijn 1 ging om de hoek, kaartje kopen en dan regelrecht naar station Rho-Fiera, midden op de beurs.
Zo stonden we zaterdagochtend om tien uur al aan de deuren van het beurscomplex te rammelen. Samen met nog ongeveer twee miljoen andere motorliefhebbers. Want snotverju, wat is dit een grote beurs. En wat zijn veel Italianen dol op motoren en alles wat ermee te maken heeft. Denk je de Jaarbeurs in en dan ongeveer zes keer zo groot, gevuld met ongeveer tien keer zoveel mensen. Vooral mannen. Die allemaal tegelijk die prettige blonde mevrouw met die eindeloze benen, gezeten op de nieuwe Kawasaki Z 750, willen fotograferen. Of een van haar tweelingzussen, gedrapeerd op de New Dink van Kymco, alleen door de naam al een potentiële verkooptopper.
Het zijn van die momenten waarop het je verbaast dat Italië tegenwoordig het land met het laagste kinderaantal per gezin is. Aan het enthousiasme van de mannen kan het niet liggen! Maar misschien dat Italiaanse mevrouwen, als zij ’s avonds moe thuiskomen van de hele dag op een motor zitten en glimlachen, liever een voetmassage hebben dan pasta voor de kinderen koken.
Wat zo’n Italiaanse beurs verder nog bijzonder maakt? Naast de luxe dat je je iedere vijftig meter kunt laven aan een heerlijk kopje vers gezette espresso, is er vooral het enthousiasme voor het thuisprodukt. In de stand van Ducati kon je over de hoofden lopen. Er stonden bewakers bij de motorfietsen om de vervaarlijk oprukkende Ducatisti weg te houden van 1098. En als je een foto wilde maken van de Hypermotard 1100 ging dat ongeveer zo: “Als jij nou je elleboog uit mijn linkeroor haalt, kan ik mijn rechtervoet weer op de grond neerzetten en waarschijnlijk via de oksel van die man links voor me de camera op de schouder van dat meisje leggen. En meneer, kunt u dan even afdrukken?” Zoveel mensen! Maar erg behulpzaam. Ik beschik nu over twee haarscherpe foto’s van een achterwiel en één van een blonde knieholte.
Hetzelfde tafereel speelde zich ook af bij Aprilia en bij Bimota, hoewel je daar ook veel mensen zachtjes huilend aantrof. Ah, Bimota, wat een kunstwerkjes, bellissimo!
Als de menselijke en motorische schoonheden binnen je allemaal teveel werden, was er ook nog het buitengebeuren. Op deze dag niet zo aantrekkelijk omdat het behoorlijk regende. Verder heb ik er een neus voor om precies het verkeerde moment te kiezen. Inderdaad, wanneer de show net afgelopen is.
Bleef het kinderparcours. En daar heb ik bijna een uur gestaan. Ongeëvenaard hoogtepunt van de beurs! Op een ovaaltje tussen strobalen mochten kinderen tussen de pakweg zes en tien jaar op elektrische modelmotorfietsjes en auto’s rondjes rijden. Sommige mét en anderen zonder zijwieltjes. En dan denk je misschien: “Leuk toch die kinderen, die zullen ongetwijfeld aardig met elkaar spelen. Dan zul je zien, dat voorrang geven eigenlijk een heel natuurlijke zaak is”. Fout, helemaal fout! Ik heb in Milaan met eigen ogen kunnen vaststellen dat al het latere rijgedrag reeds in de vroege jeugd, ruim tien jaar vóór het rijbewijs, volledig in de persoonlijkheid verankerd is.
De pompend gasgevende vrouw? Een zevenjarige met gebreide wantjes. De aso die vindt dat iedereen voor hem opzij moet gaan? Achtenhalf en nu al hopeloos verloren. De wijfelaar die naar links neigt en toch naar rechts gaat? Natuurtalentje met snottebel. De wraaknemer met de middelvinger? Net zes geworden was hij nu al blonde vlechtjes aan het pesten. Verder had je nog de brokkenmaker, vermoed ik dat een van de achtjarigen te vaak in het wijnglas van zijn vader keek en heb ik moeten vaststellen dat remmen niet in onze genetische informatie is opgeslagen. Kinderen remmen niet. Dus vonden er om de twee rondjes interessante kop-staart-botsingen plaats. Bij vijf kilometer per uur, de A2 in mini-formaat.
Met zijn twee miljoenen of daaromtrent verlieten we aan het eind van de dag het beurscomplex. Sjokkend, want moede benen. Veel kilometers gemaakt. Maar wat een feest, volgend jaar weer!
Deze column verscheen eerder in MotoPlus 22/2006.
zondag 14 maart 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten