Het einde van het seizoen nadert, dus de dagen worden korter en de schaduwen langer. Wat betekent dat we moeten gaan oppassen voor Zwarte Golfjes! Ik heb daar ervaring mee. Begin oktober staat er bij mij altijd een lang weekend toeren op het programma. Als het mee zit heb je nog lekker weer en lunch je op een terrasje, als het tegen zit kom je thuis met stoere verhalen over drie dagen regen en de eerste sneeuwbui. De keus valt meestal op een heuvelachtig gebied niet te ver weg. Eifel, Westerwald of Ardennen, leuk rijden en goed van eten en drinken. Maar ook voorzien van de reeds genoemde Zwarte Golfjes.
Ik was ditmaal op weg naar een weekendje dat zich zou afspelen in de omgeving van Waxweiler (D), iets ten oosten van de Luxemburgse grens. De nazomer deed zijn best, de terraslunch had ik achter de rug en het laatste stuk van mijn aanrijroute voerde door beboste dalen, langs lieflijk murmelende riviertjes. Op het moment dat ik twee lokale loodgietersbusjes wilde inhalen ging het mis. Een van die lange schaduwen die over de linkerbaan viel, bleek plotseling een Zwart Golfje te bevatten. Net op tijd kon ik nog tussen de twee busjes duiken. Hoewel, niet helemaal net op tijd. De linker koffer raakte het Golfje, maar ik bleef overeind. Na de bekende krachttermen onder de helm zette ik de motor op de eerste parkeerplek langs de kant. Even de schade bekijken, de automobilist zal zo wel komen. De schade viel reuze mee. Het kofferdeksel was blijkbaar ingedeukt, toen gescheurd, maar vervolgens weer keurig in de vorm terug gesprongen. Ha! Eindelijk plezier van die rol klustape, die ik altijd meesleep.
Intussen waren er al diverse auto’s gepasseerd, maar van het Zwarte Golfje geen spoor. Toch maar eens kijken. Dus omgedraaid en een paar kilometer terug gereden. Daar bleek intussen een heuse volksoploop ontstaan te zijn. Ik stopte en vroeg wat er gebeurd was. Ik hield me nog even van de domme, omdat ik eerst de stemming in de menigte wilde peilen. Werd er al een strop om een boomtak gegooid, hoorde ik iemand om pek en veren roepen, werden er fakkels aangestoken? Maar iedereen bleek vooral bezorgd om het grijze omaatje, dat nog natrillend op een bankje naast haar gehavende autootje zat. Wijzend op mijn motorfiets vertelde ik haar dat wij elkaar zojuist al waren tegen gekomen. Om daar meteen aan toe te voegen dat het erg dom van mij was geweest en dat we alles ter plaatse gingen regelen. Dit laatste om te voorkomen dat er politie bij zou komen. Die zou mij ongetwijfeld wegens Fahrerflucht en roekeloos rijden zwaar op de bon slingeren. Dat schijnen ze namelijk te doen, in Duitsland. Rudi Carrell (hij is niet meer) werd enige jaren geleden aangeklaagd wegens Fahrerflucht toen hij in de parkeergarage van het hotel waar hij verbleef tegen een andere auto was aangereden. Zoals het bij ons hoort, deed hij keurig een briefje onder de ruitenwisser met zijn kamernummer, excuses en het verzoek contact op te nemen. Nou, dat vinden ze in Duitsland niet genoeg. Hij had officieel bij de beschadigde auto moeten wachten tot de bestuurder daarvan weer terug zou komen. Desnoods zet je een tent in die parkeergarage en ga je er een week kamperen. Maar wachten zul je!
Gelukkig was mijn bejaarde slachtoffer helemaal blij met het aanbod samen het schadeformulier in te vullen. Of ik het wilde doen, haar handen trilden nog zo. De menigte was inmiddels gerustgesteld afgedropen, ervan overtuigd dat Nederlandse motorrijders weliswaar roekeloos, maar ook buitengewoon beschaafd waren. Samen bekeken we de schade aan het Golfje. Mijn kofferdeksel had behoorlijk huis gehouden. Er zaten krassen over de hele lengte van de auto en flinke deuken in voorspatbord en deur. Net waren we begonnen met invullen van het schadeformulier toen mijn Duitse oma ineens luidkeels “Schätzi! Ganz vergessen!” riep en de achterdeur van de auto open trok. Daar zat de vergeten Schätzi, de bekende kruising tussen terriër, bordercollie en de vuilnisbak van de buurman. Net als zijn bazin nog hevig natrillend van de schok. Schätzi had ook op de achterbank een klein, maar sterk geurend ongelukje gedaan. Van de stress natuurlijk. Na het invullen der papieren namen oma en ik hartelijk afscheid. Ze drukte me nog op het hart het voortaan rustiger aan te doen. Een paar dagen later heb ik haar nog een nazorg-kaart gestuurd. Met Kerst kreeg ik er een terug, samen met een foto van het als-nieuw-strakke-Golfje. Met Schätzi ging het ook goed. Haar darmpjes waren de schok inmiddels geheel te boven.
Deze column verscheen eerder in MotoPlus 16/2006
zaterdag 27 februari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten