dinsdag 23 februari 2010

Alpenoffensief

Het zit er weer op, het Alpenoffensief 2006. Nog nagenietend citeer ik pas 2 t/m 7 uit de route van dit jaar: Col du Glandon, Col de la Croix de Fer, Col du Telegraphe, Col du Galibier, Col du Lautaret, Col de l’Izoard. Ja, als deze opsomming je nog niet in de stemming brengt, ruil die motor dan maar weer in voor een fijne middenklasser-met-schuifdak.
Tien dagen, 4900 kilometer, ruim zestig passen en een setje Pilot Power heeft het plezier dit jaar geduurd. Samen met een maatje, een tanktas en een tasje met verschoning achterop, heb ik de Alpen van noord naar zuid en van west naar oost doorkruist. Even hebben we de tenen in het water van de Middellandse Zee gestoken (lekker op temperatuur). Vervolgens zijn we na een rondje Dolomieten via Italië en Zwitserland terug gereden. Met het Zwarte Woud als toetje.

De voorbereidingen voor deze bandenverslindende tocht waren al in november begonnen. Om de paniek te bezweren die toeslaat zodra het wintertijd is geworden, ga ik een paar avonden zitten met een tafel vol kaarten. Met een dikke markeerstift kies ik dan de leukste wegen uit. Op basis van kronkeligheid en niveauverschil natuurlijk, want rechtdoor langs de zee rijden kan ook tussen Petten en Kamperduin.
De mix van herinneringen en verwachtingen die zo’n avondje plannen met zich meebrengt, helpt me de winter door. Nog maar even, denk ik dan. Sinterklaas, Kerstmis, Nieuwjaar, met behulp van flink wat Prozac de duisternis van januari doorworstelen en dan is het al februari. Motorbeurzentijd en nog maar een heel kort maandje naar de lente!

De route uitstippelen voelt bijna net zo lekker als het rijden zelf. Er komen herinneringen boven. Aan die bocht waar het achterwiel zelf bedacht waar het heen ging. En dat het toch nog goed afliep. Aan dat hotel op de grens tussen Zwitserland en Italië waar we de enige gasten waren. Aan de tatouage van het beeldschone meisje dat ons bediende op een terras bij Briancon. Zat die nou echt ónder haar navel? Aan die vriendelijke Fransman die voor ons uit reed om een benzinepomp te wijzen. En er wordt beslist waar we zeker weer langs moeten.
Ergens weer terug komen, op basis van vroegere ervaringen maakt het vaak nog leuker. Zo weet ik bijvoorbeeld dat de Telegraphe een echte ochtendpas is, omdat het licht er ‘s morgens zo mooi overheen strijkt. Terwijl je de San Bernardino nooit in één keer moet doen: je moet pauzeren bij dat grote tankstation halverwege. Eet daar lekker een ijsje in de wetenschap dat het mooiste stuk nog moet komen!

Ander vast punt wordt gevormd door Hotel Evaldo (Arabba) in de Dolomieten, voorzien van overdadige keuken, zwembad en vriendelijke masseuse voor de vermoeide schouderpartij.
In dit motorparadijs blijven we altijd een dagje extra. Zo lang het nog leuk is tenminste. Dit jaar schijnt er vanaf september tol geheven te worden op de Stelvio en de Timmelsjoch, volgend jaar is de hele Sella-ronde aan de beurt. Niks meer ongehinderd 256 haarspeldbochten binnen 52 kilometer rijden, maar vier keer stoppen voor een slagboom en dokken! Ach, misschien is ook dit een Berlusconi-overblijfsel dat net als de dreigende inbeslagname bij het rijden met één losse hand weer snel van de baan is. Ik hoop het, want er staat weer een nieuw record op het spel. We zijn dit keer op het dagje Dolomieten tot zestien passen gekomen. Waarbij vermeld moet worden dat we twee keer op de Falzarego zijn geweest, maar wel van verschillende kanten, dus dan telt hij toch!

Voor diegenen die het hier niet meer eens zijn, dit heb ik van John Hermann, de “King of the Alps” himself! Die hebben we namelijk ontmoet, in het hotel. Deze Amerikaan is inmiddels al een stuk in de tachtig, maar voor zijn landgenoten nog steeds dé expert waar het de Alpen betreft. Hij schreef er een boek over met de heldere titel, “Motorcycle Journeys: through the Alps and Corsica”. Sinds 1980 rijdt hij jaarlijks met een groepje vrienden uit de buurt van San Diego over een van “zijn” Alpenroutes. Sommige van deze mannen hebben voor dat doel zelfs een motor bij een dealer in München gestald. Dat hoeven wij niet te doen, want tussen de Randstad en de Alpenpassen liggen een heleboel fijne bochten. Maar het is leuk om te weten dat in zonnig San Diego precies hetzelfde gebeurt, als ik in november in het duister over de kaarten gebogen zit. De lokroep van de Alpen draagt ver…

Deze column verscheen eerder in MotoPlus 12/2006

Geen opmerkingen:

Een reactie posten